 |

|
 |
 |
 |
 |
 |
:: Traint TDR te hard? |
 |
 |
 |
 |
 |
Deze column vormt de reaktie op een vraag die ons elders op deze website is gesteld. Een kritische vraag die ik overigens niet voor het eerst hoor. Echter wel voor t eerst zo rechtstreeks. Hopelijk lokt die vraag met mijn bijbehorend antwoord uit tot een zinvolle discussie. Deze discussie op zich is nuttig en interessant want talentontwikkeling valt of staat met de juiste aanpak. Ik stel mij in deze graag kwetsbaar op.
Dus traint TDR te hard?
Ten eerste moeten we ons een aantal dingen afvragen:
- 1. Wat is (te) hard?
- 2. Wat is de doelstelling van de betreffende atleten?
- 3. Wat gebeurt er om ons heen in Europa en in andere succesvolle (Afrikaanse)
landen?
- 4. Wat is de werkelijke prestatiecurve van onze talenten?
- 5. Wat is de TDR traditie hierin?
- 6. Is er een verschil tussen hard en veel trainen (volume vs intensiteit)
- 7. Welke afstanden praten we over?
- 8. Wordt er gekeken naar het individu?
- 9. Hoe is de begeleiding?
- 10. Last but not least: van wie komt de kritiek?
Mijn antwoorden zullen onderbouwd worden met een aantal voorbeelden uit eigen keuken.
Ad 1: Ik denk dat er van te hard trainen sprake is als er op korte termijn sprake is van overtraining / overreaching en op lange termijn van stagnatie van progressie doordat de training niet verder meer kan worden opgebouwd. Laat dat de norm zijn in deze discussie. Als we ons zouden vergelijken wat er om ons heen gebeurt kan ik mij voorstellen dat we meer doen dan een ander. Voor mij niet interessant. Ik zou pas veranderen als om ons heen meer succes wordt gehaald bij de senioren met een methode die het vooroordeel van te hard trainen onderstreept. Dus uiteindelijk meer succes door minder training. Ik ben benieuwd naar de voorbeelden van de kritici.
Ad 2: Als we het over onze talenten en / of toppers hebben willen ze allemaal het maximale uit hun mogelijkheden halen. Consequentie hiervan is dat ze in 10 jaar tijd toewerken naar maximale belasting en bijbehorende leefwijze ingericht op training en herstel.
Ad 3: Kijken we naar succesvolle landen als Spanje, Italie, Groot-Brittanie en dichter bij huis Belgie en Duitsland dan blijkt eenvoudigweg dat we veel minder doen. Het vervelende is nu dat dit ook de landen zijn waar onze talenten tegen moeten strijden bij zowel de junioren als bij de senioren. Uiteindelijk is het niet meer zo relevant of iemand teveel doet of te weinig, zolang ie wint doet ie het goed. Moet ik trouwens het tel nr van Kenenisa Bekele even opvragen, want 12 x 400 in 53” lijkt mij ook een beetje zwaar voor een jongen van begin 20. En wat vind men van de ochtendduurlopen van Paula Radcliffe die zowel lang zijn als kneiterhard gaan?
Ad 4: Interessante kwestie. Ik geloof in 3 types. Type 1 is vroeg rijp, traint stevig en is op jonge leeftijd al erg ambitieus. Denkt op dat moment de absolute top te kunnen halen. Type 2 is zowel fysiek / biologisch als kwa trainingsbenadering een laatbloeier. Gevolg: op latere leeftijd nog een steile prestatiecurve. Type 3 zit daar tussenin: of vroeg beginnen maar laat rijp dus later pas echt uitblinken of vroeg rijp maar nog niet zo hard trainen. Nu wat praktijkvoorbeelden: Barend Derriks liep al vaak voor zichzelf en joeg alle records na als A pupil en D junior. Als C jun kon ik hem gelukkig oppikken voor wat begeleiding wat resulteerde in een akelig snelle 4’05”. Uiteindelijk werd het 3’42”. Barend trainde nooit veel maar was erg “wild”. Had veel verder kunnen komen. Margret Hink meld zich ook als B junior. Op dat moment groot, sterk en gewend om vele trimloopjes te lopen en winnen. Deed vaak bij haar vereniging meerdere baantrainingen achter elkaar tussen de mannen. Als je mensen uit die tijd spreek: ze liep altijd te scheuren. Als je er 1 training bij doet dan komt er al gauw succes. Maar wat is de prognose? Uiteindelijk komt het er op neer dat verwachtingen en resultaat niet met elkaar meer kloppen en haakt iemand af. Zeker als andere dames haar voorbij gaan.
Wijnand Rijkenberg heeft een mooie geleidelijke prestatiecurve, maar zijn 3’55” als B jun komt tot stand na 4-5 jaar gerichte looptraining bij zijn vereniging. Dat stelt hem wel in staat om op jonge leeftijd veel te winnen en ervaring op te doen. Wijnand is een echte liefhebber. Ik zie het als mijn taak te wijzen op het gevaar van verzadiging en hem te leren omgaan met het fei dat hij voor kleinere stapjes harder moet werken dan iemand met meer talent en meer stijging in de prestatiecurve. De andere kant van het verhaal is dat velen helemaal nooit aan zijn 1.52 en 3.49 zullen toekomen door te weinig training.
Nu iets waar ik trots op ben: de prestatiecurves van een 3tal atleten die ik al sinds 1992 begeleid zijn allemaal heel geleidelijk en heel langdurig geweest en nog steeds groeiende. Hoewel, geleidelijk… Hugo maakte als B junior gigantische sprongen (van 10.18 naar 9.45 naar 9.08 of zo) toen ie met echt duurwerk begon. Zijn talent knalde er dus uit! Peter Res blonk nooit uit maar heeft inmiddels tijden van 3.47, 8.17 maar ook 1.06 achter zijn naam. Christian de Lie begon als Bjun met 5.15 of zo en eindigde zijn juniorentijd met 4.05. Later is ie tot 3.50 gekomen, maar ook tot 8.18 en 1.07.
Dan een jongere lichting: Selma Borst, Michel Butter, Tom Wiggers, Manon Kruiver. Wat kan ik hier over zeggen? Selma is het verste en heeft een zeer gunstige prognose. Ze nadert de seniorentop en maakt grote stappen. Selma traint 80-110 km per week. Is dat veel voor een lange afstander? Michel is ook lange afstander en traint inderdaad meer dan Hugo en Peter op die leeftijd. Daategenover staat dat Michel een echte lange afstander is, goed belastbaar en ook buiten de sport heel zuinig is op zichzelf. Ik leer hem al hoe het is om 2x per dag te trainen. Hij moet namelijk leren hoe ie straks die balans moet vinden. Vroeger was zijn wedstrijdplanning, maar ook zijn trainingsgedrag een puinhoop: meestal te hard, teveel en te vaak. TDR heeft niets anders gedaan dan daar de regie over opeisen en hem kritisch te benaderen. Nu zijn we zover dat we trots zijn op zijn houding, gretigheid en enthousiasme. Zijn progressie is daaraan te danken: van 4.02 naar 3.55 en van 15.07 naar 14.37.
Tom is vrij uniek: erg helder van geest en altijd goed op belangrijke momenten. Iemand die weinig woorden nodig heeft en heel goed weet wat ie wil. Heel hoog beginnivo met weinig training. Met 3x peer wek trainen al 34 op 10km. Traint nog relatief voorzichtig. Woont aan het bos dus in mijn beleving perfekt om te leren omgaan met duurloopjes. Duurloopjes zijn nog erg voorzichtig: niet te lang en nog niet intensief. Veel rek dus nog. Zeer gunstige prognose. Reageert ook enorm op toegenomen training. (“sensitivity to training” is een grote talent-faktor!) Progressie: van 4.04 naar 3.52 en van 8.42 naar 8.27.
Manon traint het minst en is ook in alles een laatbloeier. Maar een gigantische wedstrijdmentaliteit. Lijkt nu echt voor de sport te gaan en overtuigd te raken van haar eigen mogelijkheiden. Geen grote hoeveelheden training nog!
We zien dus verschillende types en ontwikkelingsprofielen.
Ad 5: Ik heb de voorbeelden hierboven al aangehaald. Gelukkig staan we ook bekend om, naast het succesvol opleiden van talent, het laten doorbreken van senioren (Suzanne Wiertsema, Eric vd Linden, Femke Klous, Pip Tesselaar, Barbara Zutt etc). Ik zie dus absoluut geen tendens van “jong succesvol, later nooit meer wat”. We hebben een groot aantal voorbeelden van lange carieres en successen op latere leeftijd waar we met recht trots op zijn. Zolang ik trainer ben hen ik al juniorensucces en dat zie ik slechts als een voorbode van wat komen gaat op latere leeftijd. Laat duidelijk zijn: dat is wat telt en waar ik graag op afgerekend wordt!
Ad 6: Wat is belastender: harde baantrainingen zonder duurbasis of vrij veel aandacht voor duurbasis zodat voorwaarde voor hard trainen op latere leeftijd wordt gelegd?
Ad 7: Toekomstige marathonlopers moeten geleidelijk wennen aan trainingsweken van 200km en duurlopen van 2 ? uur. Ze hebben hier 10 jaar de tijd voor. Als je als B jun begint te trainen haal je na 4 jaar (A jun) al aardig wat succes vanuit je lange termijn visie. Een toekomstig 800m loper moet een ander soort basis leggen: snelheid, sprongkracht maar toch ook specifiek uithoudingsvermogen (wedstrijdsnelheid) spelen op latere leeftijd een dermate grote rol dat ze op jonge leeftijd niet genegeerd kunnen worden. Ook hier is een aerobe basis belangrijk maar toch van een ander soort als bij de echte lange afstanders. Kortom: Manon (800 / 1500) traint heel anders dan Selma. Uiteraard ook veel minder maar ook zeker wezenlijk verschillend.
Ad 8: Zie hierboven, maar ook zaken als omgeving, thuissituatie, reistijd, studiebelasting en fysieke belastbaarheid spelen een rol. Faktoren als instapnivo en trainingsachtergrond had ik ook al besproken.
Ad 9: We hebben niet alleen 3 trainers, fysio, krachttrainer, inspanningsfysioloog, sportpsycholoog en sinds kort ook sportarts. Deze mensen zitten ook zeer geregeld met elkaar om de tafel en gaan kritisch de dialoog met elkaar aan.
Ad 10: Dat is bij alle kritiek belangrijk. Is het bedoeld om ons beter te maken? Oprechte bezorgdheid? Gewoon niet beter weten? Kleinschalig denknivo? Of wellicht pure jaloezie. Het jammere is: je komt hier zelden rechtstreeks achter. Kijken naar iemands achtergrond en mogelijke motieven zeggen vaak al een hoop.
Tenslotte: niets menselijks is ons vreemd dus ook wij zijn wel eens jaloers en hebben wel eens iemand te hard laten trainen.
Geplaatst door guido op 5 juli 2004 - 20:33
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
:: Reacties bij deze column |
 |
 |
 |
 |
 |
Pagina: 1 2 3
Vanuit Spanje, een reactie. En de hartelijke groeten aan Eric Hopman, oude clubgenoot van de beste en leukste club van Nederland: AAC!!
Toen ik als klein jochie goed kon schaatsen werd het al gezegd; er wordt te hard getraind. Zo zal het altijd blijven, er is niets nieuws onder de zon.
Ik ben persoonlijk op late leeftijd (26 jaar) begonnen met de atletiek. Ik ken dus niet het wereldje van de junioren, veeleisende ouders, trainers, nk's of andere zaken.
Wat volgens mij essentieel is als trainer, is op zoek gaan naar de persoonlijke limiet van de pupil. En nu heb ik het niet alleen over scherpe tijden, of grote hoogtes. Een medaille interesseert me ook niet.
Als coach, en dat wordt mijn uitdaging, ga ik op zoek naar wat de atleet wil. Ouders de deur uit en limieten interesseren me niet.
Gelukkig ben ik niet afhankelijk van bondscursussen, ik heb zelf een gezond verstand, ervaring en kennis opgedaan bij de beste trainer die Nederland ooit heeft voortgebracht.
groet Ren? Bleeker |
Ewoud,
Interessant betoog van jou op mijn aanzet tot een vruchtbare en opbouwende discussie mbt. dit veelbeladen onderwerp.
Ik zal punt voor punt jou betoog nalopen (we blijven atleten) en er mijn antwoord(en) op geven en ik zal afsluiten met een prikkelende stelling, waarvan ik hoop dat er reacties op zullen volgen.
Ik zal alleen de eerste 3 of 4 woorden aangeven van jou zinnen ter herkenning en daarna mijn antwoord geven.
1- er vanuit gaande:
Fysieke aanleg moet natuurlijk aanwezig zijn, anders kan je niet acteren op het nivo wat ik aangegeven heb in mijn betoog.
Van een werkpaard kan men geen racepaard maken, andersom lukt maar al te vaak.
De coach is altijd eindverantoordelijke op dit nivo, geen enkele ruimte voor twijfel bij de atleet.
2- De coach zal:
Zo specifiek als kan hangt af van de kennis en kunde van de coach, maar natuurlijk wel een correcte zin.
Doelsteling is nat.c.q.wereldtop, althans in mijn betoog.
3- Maar als we toch:
Die is aanwezig anders zou de atleet zich niet eens kunnen begeven op dit pad.
Omgevingsfactoren zullen moeten worden aangepast aan het doel van de atleet.
4- Ook dit stukje heeft:
Niet alleen de neiging, dit is toch het belangrijkste item in een trainingsopbouw/uitbouw, de rest volgt vanzelf.
Stress/arousal wordt niet over het hoofd gezien maar is een ander item die een intergraal onderdeel uitmaakt van de realtie coach/pupil. Een goede coach beschikt ook over een groot empathisch vermogen, is zowel fysiolog als psycholoog. Eigenlijk is een coach net een echt mens.
5- Onder externe factoren:
Natuurlijk, lijkt mij vanzelfsprekend.
6- Waar ik wil heengaan:
Niet mee eens, in dit soort situaties als in mijn betoog, is de coach altijd 100% eindverantwoordelijk voor de te leveren trainingsarbeid. De atleet is verantwoordelijk voor de juiste einduitvoering tijdens zijn/haar competities.
7- Dit houdt automatisch in:
Geddeltelijk mee eens.
Als deze onderwerpen de interesse hebben van de atleet kan het ontspanning voor hem betekenen, prima, maar alleen ter ontspanning, niets anders.
Zo niet, niet mee lastig vallen, komt de focus van de atleet niet ten goede. M.i. moet een atleet niet de factoren kennen die zijn prestaties beinvloeden maar elimeneren. Factoren die zijn prestaties verbeteren leert hij vanzelf kennen door het te doen.
8- Een trainingsprogramma opgegeven:
Absoluut, een atleet moet wel weten wat en hoe hij de training moet gaan doen.
Diepere achtergronden zijn m.i. niet nodig, laat de atleet zich concentreren op de uitvoeringen van de training cq competities.
9- Betreffende pupil zal dan:
Alleen in samenspraak met de coach, niet op eigen houtje.
10- Nu ik mijn eigen:
Elke relatie, ook in het echte leven, heeft zijn beperkingen. 1 van de doodssteken in elke relatie is als een tweede partij zich in een relatie mengt. Ook hier.
Voorop staat het onbetwiste leiderschap van de coach.
Die bepaalt wanneer en hoe er wat gebeurt.
Geen enkele ruimte voor twijfel cq verlies van focus creerend voor de atleet.
Zo gauw een atleet structureel gaat twijfelen is het einde verhaal van de relatie en, meestal, van de atleet.
Simpel gezegd, als je een atleet goed traint is hij/zij in balans.
11- Een correcte opmerking natuurlijk:
Dank je, ik hoop dat vele coaches er zich door aangesproken zullen voelen.
Na al dit werk kom ik tot mijn stelling waarop ik enig weerwoord verwacht.
Stelling:
"Als een atleet een psycholoog/mental coach nodig heeft, heeft de coach gefaald."
Met vriendelijke groet.
Erik Hopman |
Even mijn complimenten mbt. de website en ook deze discussie is interessant waardoor ik bij deze even reageer op het stukje geschreven door Eric Hopman.
"Uitgaande hiervan zal een zodanige atleet NOOIT te hard of teveel trainen!
Hij/zij traint eenvoudigweg datgene wat hij aangeboden krijgt van de coach.
Wat wel kan gebeuren is het feit dat de atleet te harde en/of te omvangrijke trainingen krijgt aangeboden van zijn coach."
Hou voorgaande opmerking even in gedachten en lees vervolgens de rest.
"Laten we van de vooronderstelling uitgaan dat we hier spreken over atleten die de top (wereld en/of nationale) top willen halen, daar de fysieke aanleg voor hebben en trainen onder een coach."
Er vanuit gaande dat de coach eindverantwoordelijke is (uitgaande van jou betoog) mbt. de belasting van de atleet, zal het niet uitmaken of de fysieke aanleg voldoende is of niet. De coach zal de opgegeven trainingsarbeid zo specifiek als kan op de mogelijkheden van zijn pupil toe-/aanpassen, ongeacht aanleg. Hierbij wil ik de doelstelling van atleet even buiten beschouwing houden.
Maar als we toch praten over de fysieke aanleg zou ik daarnaast ook de mentale/psychologische aanleg willen vermelden en ook de aanwezige omgevingsfactoren van betreffende pupil zijn van groot belang om als coach een specifiek trainingsprogramma aan te kunnen bieden.
"M.a.w. de coach beschikt niet over voldoende kennis en know-how over datgene wat het lichaam nodig heeft voor een juiste opbouw naar een langdurige (dus niet eenmalige als bijv. Ellen van Lange) succesvolle atletische carriere in welke discipline dan ook.
Dan praten we hier over kennis van de inspanningsfysiologische, biochemische en biomechanische bouwstenen en vertaald naar de trainingsbouwstenen die het lichaam nodig heeft om dit doel te bereiken."
Ook dit stukje heeft de neiging sterk naar het fysieke (trainingsbouwstenen) te neigen. Dit is inderdaad een essentieel gebied qua "know how" van betreffende coach, maar als men zich als coach beperkt tot slechts de fysieke arbeid en de externe factoren als stress/arousal (denk aan studie, werk, relaties ed.) buiten beschouwing houdt dan wordt er een belangrijk onderdeel van het coach zijn over het hoofd gezien.
Onder externe factoren spelen weersomstandigheden natuurlijk ook een grote rol mbt. de belastbaarheid van betreffend pupil.
Waar ik wil heengaan is dat een coach NOOIT 100% eindverantwoordelijke is mbt. de te leveren arbeid door betreffende pupil. Als een atleet "te hard"getraind heeft zal dit altijd zijn eigen verantwoordelijkheid zijn. Dit houdt automatisch in dat betreffende pupil ook zijn kennis mbt. alle factoren die de belasting en belastbaarheid bepalen zal moeten optimaliseren om tot een maximaal haalbare doelstelling / prestatie te kunnen komen.
Een trainingsschema opgegeven door een coach zou mijn inziens dus altijd in samenspraak gaan met betreffende pupil. Betreffende pupil zal dan ook de mogelijkheid moeten hebben om bij veranderlijke omstandigheden (werk, studie, relatie, weer) het schema aan te passen.
Nu ik mijn eigen stukje eens herlees zie ik in dat een coach-pupil relatie nog duidelijk zijn beperkingen heeft. Een psycholoog/mental coach, fysiotherapeut, goede communicatie met aanwezige relaties (school, werk, vrouw/man ed.) kunnen allen invloed uitoefenen (in verschillende verhoudingen) op het uiteindelijke trainingsprogramma.........
"Laten de heren/dames trainers eens hier naar kijken: is er wel voldoende van dit soort kennis aanwezig bij julie zelf om tot verantwoorde trainingkeuzes te kunnen komen voor je atleten. Weet je wel voldoende van wat er zich afspeelt in het lichaam tijdens de afstand(en) waarvoor de atleet traint."
Een correcte opmerking natuurlijk die menig trainer/coach zichzelf ook regelmatig zal moeten stellen om er vervolgens natuurlijk een antwoord op te zoeken.....kennis vergaren dus.
Nu wel ff genoeg denk ik,
Ewoud |
Guido,
Je hebt de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok gegooid met je verhaal over (te) hard trainen.
Kijken of ik ook nog een kleine bijdrage kan leveren.
Laten we van de vooronderstelling uitgaan dat we hier spreken over atleten die de top (wereld en/of nationale) top willen halen, daar de fysieke aanleg voor hebben en trainen onder een coach.
Uitgaande hiervan zal een zodanige atleet NOOIT te hard of teveel trainen!
Hij/zij traint eenvoudigweg datgene wat hij aangeboden krijgt van de coach.
Wat wel kan gebeuren is het feit dat de atleet te harde en/of te omvangrijke trainingen krijgt aangeboden van zijn coach.
M.a.w. de coach beschikt niet over voldoende kennis en know-how over datgene wat het lichaam nodig heeft voor een juiste opbouw naar een langdurige (dus niet eenmalige als bijv. Ellen van Lange) succesvolle atletische carriere in welke discipline dan ook.
Dan praten we hier over kennis van de inspanningsfysiologische, biochemische en biomechanische bouwstenen en vertaald naar de trainingsbouwstenen die het lichaam nodig heeft om dit doel te bereiken.
Wat volgt is de vertaling hiervan naar de atletische discipline waarvoor getraind dient te worden.
Laten de heren/dames trainers eens hier naar kijken: is er wel voldoende van dit soort kennis aanwezig bij julie zelf om tot verantwoorde trainingkeuzes te kunnen komen voor je atleten. Weet je wel voldoende van wat er zich afspeelt in het lichaam tijdens de afstand(en) waarvoor de atleet traint. Mocht dit wel zo zijn zal je je atleet ook niet te hard, te langzaam, te veel of te weinig laten trainen. Mocht dit niet zo zijn krijg je, hoogstwaarschijnlijk, dit soort discussies.
Misschien is het tijd om eens deze kennislacune op te gaan vullen tijdens een reeks van seminars over dit onderwerp.
Gezien de reacties op je onderwerp lijkt het mij het overwegen waard.
Groeten,
Erik |
Beste iedereen,
Laat 1 ding duidelijk zijn, als je top wilt halen dan zal je hiervoor moeten trainen! Nu ik zelf de jongste jeugd bij Noordkop begeleid merk ik dat, als je niet traint, dat je bij de junioren de aansluiting al mist. Dit motiveerd niet. Om die aaansluiting te behouden zal je (vroeger dan de meeste verenigingen die bang zijn voor het fenomeen) moeten specialiseren. Als mag de lijn van TDR (waar ik persoonlijk ervaring mee heb) naast de lijn van mijn vereniging mag leggen, kan ik maar 1 ding concluderen: bij TDR wordt er getrained. Dan de discussie te hard of niet. Ik denk dat de schema's bij TDR specifiek genoeg zijn per persoon om te kunnen zeggen dat het op "maat" is. Hierdoor traint de een harder dan de ander. Op deze manier traint eigenlijk niemand te hard, zolang je het schema volgt. Mijn eigen ervaring is geweest dat er erg hard getraint word. Nu is dat alleen omdat ik dit niet in deze vorm gewend was (bv. harde duurlopen of wisseltempo's) dit was een gemis in mijn oude schema's en de meerwaarde (voor mij ) bij TDR omdat dit in groepsvorm wordt gelopen. veel mensen hebben in die tijd tegen mij gezegd dat ik te hard trainde,....dat terwijl met mijn oude schema's harder trainde ,..alleen veel minder omvang. Nu ik niet meer bij TDR heb erg veel voordeel van die "harde" trainingen. Ook heb ik bij TDR discipline opgedaan om mijn eigen duurlopen nu harder te doen. Het "harde" heb ik dus onder de knie gekregen en nu is dit eigenlijk helemaal niet meer zo hard trainen,..laat staan te hard. Ik hoop dat ik op deze manier heb kunnen bijdragen aan deze discussie.
groetjes Raymond Koen
PS. wie wat worden wil, die zit niet stil. (ook niet als hij of zij jong is) |
Hetgeen wat ik geschreven had was absoluut niet negatief bedoeld, ik wilde alleen maar een kritische benadering geven aan het feit wat voor invloed het wegvallen van een trainer kan hebben.
en hoe moeilijk het dan kan zijn om een nieuwe trianer te vinden in de groep past en voldoende kwalitieten heeft.
IK ben blij te horen dat MDTT ook weer een trainer heeft gevonden en dat Gijs Peters er ook weer aan het bovenop komen is.
Ik zou het ook wel interessant vinden om de trainingen van de onderlinge concurrenten te bekijken in combinatie dus met hen resultaten en vorderingen.
nu ik dan toch bij Gijs ben.
de nummers 1,2,3 van het NK cross en 5km op de baan.
michel butter, Gert jan Wassink en Gijs peters.
ik heb er geen verdere inzage in, maar ik denk dat het ook voor andere gewoon interressant is om deze 3 bijv. eens te vergelijken??
Henk |
Guido,
Bedankt voor je open en heldere uiteenzetting.
In jouw stukje(s) lees ik, wil je mee kunnen doen met de wereldtop, dan is het onvermijdelijk in de juniorentijd al veel werk te verzetten. "in de basis opbouwen" noem je dat.
"Geleidelijke voorbereiding", betekent m.i. hier wel: relatief grote stappen naar de maximale trainingsbelasting van een senior.
Kenia en Ethiopi? zetten de norm. en om sowieso in dezelfde race mee te kunnen lopen, moet je toch vergelijkbare arbeid verrichten.
Misschien kunnen we in het algemeen concluderen. TDR traint hard, maar niet te hard. Het is noodzakelijk voor de aansluiting met de top.
Tenslotte nog een opmerking over ad.3. De internationale concurrentie.
Mondiaal, maar zeker In Europa slaat Nederland geen gek figuur op de midden afstand. Al jaren lang kunnen ook de junioren op de 800 en 1500 meter wedijveren met de Engelsen, Duitsers of Fransen.
De juniorenrecords op de 800 en 1500 meter staan erg sterk, met Okken en Liefers en vergeet Som en Druppers niet.
Om de Fransen als voorbeeld te nemen bij de B junioren en tevens om aan te geven dat het in de breedte wel goed zit.
De nummer 10 aller tijden van Nederland op de 800 meter, zou ook 10e in Frankrijk staan.
De nummer 6 AT van Nederland op de 1500m, zou 10e staan in Frankrijk AT.
Dat zegt toch wel iets over onze concurrentie positie. Als jij aangeeft dat wij in vergelijking met het buitenland weinig doen, dan is er nog veel te winnen.
Dick |
Beste Marcel,
Zoals je het blessurecriterium uitlegt, lijkt het inderdaad geen goed criterium. De vraag is dan. Leg je het wel goed uit?
Atleten van 15, 16 en 17 jaar zijn in de groei, met alle bijbehorende kwalen. Is het juist op die leeftijd dan niet zaak om minder te belasten.
(Je geeft volgens mij zelf het antwoord al: "We gaan dan helemaal voorbij aan de verschijnselen van de groeispurt en de hieraan gerelateerde blessures aan aanhechtingsplaatsen van banden en pezen".)
Doe je dit wel, dan zal osgood schlatter, shin splints of al die andere blessures met van die prachtige namen, al snel om de hoek komen kijken.
Een beetje flauw om de gymles de schuld te geven. Deze belasting staat volgens mij niet in vergelijking met de eenzijdige belasting die 4 tot 6 keer (loop)training in de week oplevert.
Topsport is balanceren op de grens van wat een lichaam aankan. Dat geldt helemaal voor junioren C en B.
Ikzelf heb al aangegeven dat mijn benadering van Gert Jan en Arnoud als voorbeeld ietwat zwart wit is. Juist omdat ik alle ins en outs ook niet ken.
Maar wat ik wel heb willen laten zien, is dat in mijn ogen het accent op snelheid momenteel bij de bond, behoorlijk onderbelicht is.
De conclusie die jij uit mijn voorbeeld trekt kan ik niet ondersteunen. Mijn opmerking luidde, dat Gert Jan op het punt van snelheid de laatste jaren flink heeft ingeboet.
Zie de achteruitgang op de 800 meter. Daarmee heb ik niet gezegd dat hij op de andere loopnummers geen progressie heeft geboekt. want dat heeft hij wel degelijk.
1500 meter als junior: 3.38.03 en zijn beste tijd als senior voorlopig nog: 3.32.89 en op de 3000 meter van: 8.13.90 (B) naar 7.42.95. Een flinke progressie zelfs. Maar waarom niet op de 800 meter?
Als je op basis van deze gegevens iets zou kunnen concluderen, is het de vraag: Is de 1500 meter nog wel het goede onderdeel voor Gert Jan, ook al hoort hij met zijn tijd tot de wereldtop.
Zou hij op de 5000 meter niet nog beter tot zijn recht komen? Of toch misschien de trainingen veranderen?
Dick |
Pagina: 1 2 3
|
 |
 |
 |
 |
Columns
25/03 - A sunny day at the office
Soms hoef je geen medelijden te hebben met een TDR coach. Na de CPC successen van Chris en Selma met een tevreden gevoel het vliegtuig ingestapt naar Monte Gordo. Ik had even getwijfeld of ik wel zou... meer
|
06/01 - TDR op de Nevada de Toluca
We hadden er al veel over gehoord. Berucht onder de marathonlopers. Bert van Vlaanderen trainde er op voor zn Rotterdam Marathons en natuurlijk German Silva zelf. Vergelijkbaar met The Fluorspar in... meer
|
21/12 - Column voor Butty
Ik moest aan je denken toen ik hier in Mexico bezig was in de autobiografie van Paula Radcliffe. Helaas kon ik er niet bij zijn op de EK in Heringsdorf. De uitslag sprak voor zich: slecht en vooral... meer
|
05/07 - Traint TDR te hard?
Deze column vormt de reaktie op een vraag die ons elders op deze website is gesteld. Een kritische vraag die ik overigens niet voor het eerst hoor. Echter wel voor t eerst zo rechtstreeks. Hopelijk... meer
|
29/04 - Schelpdiertjes
Het is nu 01.15 uur. Portugese muziek op de achtergrond, biertje in de hand, atleten naar bed...
Wederom een prachtige dag gehad in Monte Gordo met goede trainingen, leuke... meer
|
18/03 - Psychologische karakteristieken van topatleten
Enkele psychologische karakteristieken van topatleten
Mentale training is bij TDR een belangrijke factor die meespeelt in de successen die onze lopers de laatste weken hebben behaald.... meer
|
06/03 - Interview: Hartensveld pleit voor beter benutten toptrainers
Door Herman Weening
Persoonlijke trainers verdienen meer support.
Hardenberg-Hartensveld is oprichter en hoofdtrainer van het Team Distance Runners. Hij is de... meer
|
05/03 - Richard Krajicek: Lui of ondergewaardeerd?
Richard Kraijcek, onze grootste Nederlandse tennisser aller tijden, werd jarenlang betiteld als: uitstralingloos, onge?nspireerd, mentaliteitloos en zelfs lui. Wie herinnert zich niet de beelden van... meer
|
18/02 - Prestatiediepte binnen TDR
Prestatiediepte binnen TDR.
De inspiratie tot het schrijven van deze column ontstond toen ik de prestaties van afgelopen zondag in Schoorl voor mezelf evalueerde. Trots realiseerde ik me de... meer
|
06/02 - Geld verdienen en/of goed worden
"Pingels"
In het profwielrennen is het gebruikelijk dat in het seizoen 3 wedstrijden per week worden gereden. De commerci?le belangen zijn groot en gaan denk ik wel eens... meer
|
10/11 - De keiharde wereld van de topsport
Wat is er aan de hand in de Nederlandse topsport? De fanatieke sportvolgers zullen zich die vraag misschien ook wel eens stellen na de conflicten tussen coaches, sporters en sportbonden die sinds deze... meer
|
08/07 - Hoe word ik een topper?
In het algemeen is circa 10.000 uur trainingsarbeid nodig om op het hoogste niveau van je sport te komen. Dat wil zeggen 10 jaar lang gemiddeld 20 uur in de week?
Hallo, zijn jullie er... meer
|
05/10 - Trainingsstages 2002-2003
Met het plannen en organiseren van het seizoen 2003/2003 zijn inmiddels ook de trainingsstages grotendeels bekend. TDR zal minimaal 5 stages organiseren, met elk een duidelijke doelstelling. De... meer
|
19/09 - Dutch Disease
Zaterdag een prachtig artikel in de volkskrant over een soort van ziekte waarmee een groot deel van de Nederlandse (top)sportmaatschappij mee besmet schijnt te zijn: gebrek aan mentale weerbaarheid.... meer
|
22/08 - Binnenkort eerste column
He jongens, even een kort voorproefje, technisch gezien dan. Kijken of ik snap hoe ik vanuit beheer mijn wijze stukjes kan plaatsen. Laat ik meteen alvast wat reakties uitlokken, lees ik meteen wie de... meer
|
|